Sporter in beeld – Nederlands kampioen Specials Senioren Dave Meijerink


Tom van Appeldoorn - 15 december, 2023 FOTO - Mark Meisner

In de rubriek ‘Sporter in Beeld’ spreken we verschillende rijders uit diverse takken van motorsport om hun mooiste, gekste en bijzonderste verhalen te horen. Wat doen deze fanatieke rijders ter voorbereiding op hun seizoen, wat maakt hun tak van motorsport zo mooi en wat doen zij in het dagelijks leven? Deze keer spreken we met gedreven baansporter Dave Meijerink (23), die dit jaar Nederlands kampioen werd in de Specials Senioren.

Hoe ben je in aanraking gekomen met de sport?

“Toen ik acht jaar was, ben ik begonnen op de grasbaan met een 65cc crosser. Daarmee ben ik twee keer derde van Nederland geworden, dus dat ging direct goed. Daarvoor nog reed ik hier achter het huis een beetje rondjes. Écht crossen heb ik nooit gedaan, maar af en toe een maicross of met de vrienden naar de crossbaan in Emmen vind ik wel leuk. Maar dat is meer een beetje donderjagen.

Mijn vader werkte als bouwvakker voor een baas waarbij hij klussen bij mensen thuis deed. Zo kwam hij toevallig bij Jim Groen terecht, ook een grasbaanrijder. Toevallig was hij aan zijn motor aan het sleutelen, waardoor de twee aan de praat raakten over mijn sport. ‘Zal ik een motor voor jouw zoon maken?’ vroeg Jim op een gegeven moment. Nou, zo geschiedde het dat ik met een echte grasbaanmachine aan de start verscheen. Dat ding hangt hier nu nog aan de muur. Een jaar later stonden we op het EK met een motorblok dat we voor 25 euro hadden gekocht. De motor was helemaal uit tweedehands spul in elkaar gefrommeld. Ik was toen tien jaar en sindsdien ligt mijn hart echt op die baan.

Het liefst zit ik van maart tot oktober op de motor. We kennen een lang seizoen in deze sport. Dit jaar hebben we bijna dertig wedstrijden gehad. En dan heel Europa door. Vier wedstrijden in Zuid-Frankrijk bijvoorbeeld, waarvoor je ook iedere keer veertien uur moet rijden. En dan nog hetzelfde eind terug! Ja, dan zit je langer in de bus dan dat je op de baan bent. Dan nog Engeland, Duitsland, Denemarken, Polen, Tsjechië…”

Valt dat een beetje te combineren met je werk in de varkenshouderij?

“We werken met drie man op het bedrijf. Maar zoals ik hier werk in combinatie met mijn sport is dat bij geen enkele andere varkenshouderij mogelijk, denk ik. Zij gunnen mij dat ik de sport kan beoefenen en zij nemen de weekenden wanneer ik een wedstrijd heb dan over. Zo doen we dat. Ik ben hier als zaterdaghulp begonnen toen ik al actief was in de sport, dus ze kennen mij niet anders.

Toen was ik op de zaterdagen aan het werk en op de zondagen had ik natuurlijk wedstrijd. Toen reed ik ook af en toe wel eens Europese wedstrijden, maar een zaterdaghulp af en toe een keer een dag missen is niet zo’n groot probleem. Nu ik hier een vast contract heb ben ik in bepaalde weekenden verantwoordelijk voor storingen of andere handelingen. Dan heb ik een alarm bij me voor als er een machine stilstaat of er een andere storing is. Tja, als ik dan in Zuid-Frankrijk zit voor een wedstrijd dan ben ik er gewoon vier dagen niet. Dus echt combineren is lastig. Een ander zal mijn taken echt moeten overnemen als ik een wedstrijdweekend heb.”

Wilde je altijd al in een varkenshouderij werken?

“Nee, vanaf het eerste jaar van de middelbare school heb ik eigenlijk altijd gedacht dat ik wiskundedocent wilde worden. Ik heb daarvoor ook eerst de opleiding tot onderwijsassistent gevolgd om daarna op hbo-niveau door te kunnen voor wiskundedocent, alleen liep het even anders.

Waarom wiskundedocent? Ik vond dat vak heel leuk. En mijn mentor op de middelbare school was dan ook wiskundedocent. Die man sprak mij zo erg aan tijdens mijn hele middelbare schoolcarrière. Na de middelbare school heb ik andere jongens nog bijles gegeven in de wiskunde. Ja, dat leraar zijn dat zit nog wel een beetje in mij en dat vind ik ook interessant. En dat is hier binnen de sector ook zo. Om met die cijfertjes aan de gang te gaan vind ik gewoon heel leuk. In het bedrijf is het soms nodig om recepten van het voer samen te stellen. Daar kan ik nog bezig met mijn passie voor cijfertjes, maar dat komt ook terug in de technische en de financiële resultaten. Ja, dat vind ik nog steeds leuk om mee bezig te zijn.”

Heb je ook zo’n mentor gehad die je in je sport heeft gemotiveerd?

“Ja, ook die rol heeft Jim Groen gehad. Die is er sinds begin af aan bij. Zonder hem was ik nooit zover gekomen. Je mag hem gerust mijn leermeester noemen binnen de sport. Mij heeft hij vele geleerd op het gebied van rijtechniek, en mijn vader op het gebied van de techniek van de motor. Ik heb Jim nooit zelf zien rijden. Maar sinds dat we in de Specialsklasse rijden gaat Jim mee.”

Je zegt gek te zijn op cijfertjes. Ben je ook zo’n berekenend type in de baansport?

“Een race bestaat uit vijf heats van vier rondjes. In totaal rijd je dus twintig ronden waarin je punten bij elkaar rijdt. Ik ben niet echt bezig met rondetijden of zo, ik kijk meer hoe het in de heat voelt. Ik kijk wel waar de heat die voor mij start de racelijn pakt, zodat ik ongeveer weet waar ik goed zit.

Tijdens de heat ben ik altijd met de punten bezig. Zo ben ik dit jaar Nederlands kampioen geworden door slim te rekenen. Doordat Romano Hummel één wedstrijd niet gereden heeft had ik een goede voorsprong op hem. Ik stond twee punten achter hem na de eerste twee wedstrijden en de derde wedstrijd moest hij laten schieten, dus toen had ik veel speling. Voor die tijd wist niemand op de baan dat ik al kampioen was, alleen ikke wel. Dat had ik voor die tijd al uitgerekend. Dus als ik dan – tijdens de heat – weet dat ik op die positie waar ik dan rij precies genoeg punten pak om te winnen, dan ga ik niet het risico lopen om toch nog de man voor me in te halen met veel moeite. Dat brengt teveel risico met zich mee om álle punten te verspelen. Dus zo ben ik wel aan het rekenen op de motor maar ook voor die tijd al. Dat is qua cijfertjes wel een overeenkomst.”

Hoe kijk je terug op afgelopen seizoen?

“Ik kijk terug op mijn beste jaar tot nu toe. Ik werd kampioen en ik heb me ook nog gekwalificeerd voor de WK-cyclus. Longtrack GP, zo noemen we dat. Dat zijn vijf of zes wedstrijden en aan de hand daarvan hebben we dan een wereldkampioen. Nou voor de EK-wedstrijden moet je je dan ook plaatsen. Dit jaar ben ik daarin vierde geworden. Daar zat veel meer in, maar door weersomstandigheden werd de wedstrijd afgelast. Ik had alle heats gewonnen, alleen viel ik in één heat door technische problemen uit terwijl ik ver voor reed. Als dat niet was gebeurt kwam ik met mijn directe concurrent op een gelijk aantal punten uit. Nou, daarna werd het afgelast en zijn er geen finales gereden. Ik stond als vierde in de finale en toen gingen de punten op nul, dus ik heb de tweede en de derde man verslagen in de heat. Maar ja. Dat vergeten we maar weer snel, op naar volgend jaar.

Hopen dat we dat volgend jaar weer verder op kunnen pakken. We hebben afgelopen jaar in ieder geval erg veel ervaring opgedaan dus dat is erg mooi!”