Kennisdag geluid tegen stemmingmakerij


Tom van Appeldoorn - 28 januari, 2022

Al vele jaren houdt de KNMV zich bezig met geluidshinder. Een langlopend dossier waarin wij onder andere oproepen tot handhaving binnen de huidige regelgeving. Maar hoe werkt dat ‘handhaven’ dan precies? En wat is daarbij de benadering van de handhavers, de politie?

Om antwoorden op deze vragen te geven, werden we door de politie uitgenodigd voor een kennisdag gericht op geluid op de politieacademie in Lelystad. Naast de KNMV schoven ook de Motorrijders Actiegroep (MAG), Nederlandse Federatie Omgevingslawaai Motorvoertuigen (NEFOM) en verschillende vertegenwoordigers van de landelijke politie aan. Gezamenlijk, omdat de politie vanuit al deze partijen regelmatig vragen krijgt en ziet dat er soms (zeer) verschillende cijfers en gegevens gebruikt worden. “Dat komt omdat er in feite twee werelden botsen: de emotionele wereld en de kale, feitelijke wereld.” zegt Dirk-Jan de Groot die namens de Politieacademie deze kennisdag leidt. Om orde te scheppen in die tweede wereld – en in een poging om een einde te maken aan de stemmingmakerij die gepaard gaat met de discussie over geluidshinder – gaan we daarom terug naar de basis voordat we meer leren over de praktijk.

Drie E’s

De politie werkt op elk gebied van de verkeersveiligheid met wat zij zelf de drie grote E’s noemen: engineering, education en enforcement. Techniek, educatie en handhaving in goed Nederlands. Het daadwerkelijk handhaven staat hier niet voor niets achteraan in de opsomming, omdat eerst de andere twee E’s geregeld moeten zijn. Dat werkt zo: met de techniek worden de wetten, normeringen en regels bedoeld waaraan een motorvoertuig moet voldoen om toegelaten te worden tot – en gebruik te maken van  – de openbare weg. Met educatie doelt men op de kennis en het daaruit voortkomende gedrag van mensen. Want weet je niet dat iets niet mag of kan, dan doe je dat gewoon zonder er bij na te denken.

Om een voorbeeld te geven, neem een Ducati Panigale V4 S die volledig voldoet aan de normeringen waarmee hij op de openbare weg wordt toegelaten. Als je met een dergelijke machine die veel toeren per minuut kan maken aan het gas gaat staan hengsten, dan maakt hij alsnog onnodig veel geluid. Onnodig, in de zin van waar de toelatingseis voor dient: normaal gebruik op de openbare wegen.

Handvatten

De politie heeft twee manieren om te handhaven op geluid. Één voor de technische staat van het voertuig (om heel precies te zijn artikel 5.2.11 en uit bijlage VIII de artikelen 29 – 32 lid 3 uit de Regeling Voertuigen) waarvoor de feitcodes N110n/o/p/q gebruikt worden. Op basis hiervan kan een agent een boete uitschrijven voor het overschrijden van het maximaal toegestane geluidsniveau dat een motorvoertuig mag produceren volgens het kentekenbewijs of -register. Dit is – net zoals een snelheidsovertreding – een zeer droge overtreding waarbij door middel van een geluidsmeting geconstateerd wordt dat het motorvoertuig niet voldoet aan de eisen. Kwestie van een decibelmeting uitvoeren.

Zo’n meting is redelijk eenvoudig opgebouwd met nieuwe apparatuur van de politie die werkt vanuit een app, al vergt het wel wat tijd. Via de app voert de agent alle gegevens in volgens een vast schema. Het vergt wat kunde, omdat er bijvoorbeeld ook naar de motorconfiguratie gekeken moet worden en naar het aantal cilinders dat uit één demper klinkt (mocht je meerdere dempers hebben), maar in principe is het grotendeels plug-and-play. De app geeft vervolgens precies aan op welk toerental het motorvoertuig gemeten moet worden. Voor en na de meting van het motorgeluid wordt er ook nog omgevingsgeluid gemeten.

Het resultaat is uiterst betrouwbaar. Overigens is er in de meting ook een marge ingebouwd waarmee bijvoorbeeld de slijtage van het uitlaatsysteem wordt gecompenseerd. Er wordt daarom 2 dB(A) opgeteld bij het maximaal toegestane geluidsniveau dat het motorvoertuig volgens de gegevens mag produceren. Het boetebedrag varieert hier, afhankelijk van de hoogte van de overschrijding en het type voertuig, tussen de 210 en 450 euro. Daarnaast krijg je bij een overschrijding van meer dan 4 dB(A) een WOK-melding, wat wil zeggen dat je motorvoertuig opnieuw gekeurd moet worden bij de RDW en tot die tijd niet op de weg mag komen.

Het andere handvat vanuit de wet voor de politie is er één die gespitst is op het gedrag. Dit is artikel 57 in het RVV waarvoor de feitcode R522 uitgeschreven kan worden. Dit houdt in dat een agent constateert dat je op basis van je gedrag onnodig geluid veroorzaakt. Bij een verkeerslicht dat op rood staat de naald richting het rood sturen, door een flinke dot gas te geven bijvoorbeeld. Of flink accelereren onder een viaduct of in een tunnel. Een boete voor dit feit varieert, afhankelijk van het type voertuig, tussen de 280 en 400 euro.

Handhaving

Het lijkt soms dat de politie nagenoeg niet handhaaft op geluid. Maar als je kijkt naar de cijfers wat betreft uitgeschreven processen verbaal, is er in de afgelopen vier jaar daadwerkelijk een toename te zien. In vergelijking tot 2018 is er voor het onnodig produceren van geluid een verdubbeling te zien. Voor het overschrijden van het toegestane geluidsniveau is er over dezelfde periode zelfs een verdrievoudiging te zien.

Voor het veroorzaken van onnodig geluid motorvoertuig, bromfiets of snorfiets:

  • 2018 – 1482 keer
  • 2019 – 1750 keer
  • 2020 – 2724 keer
  • 2021 – 2927 keer*

Voor het overschrijden van het toegestane geluidsniveau met een motorvoertuig, bromfiets of snorfiets:

  • 2018 – 123 keer
  • 2019 – 137 keer
  • 2020 – 167 keer
  • 2021 – 382 keer*

*Bron: cijfers Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB)

Dat de politie vaker proces verbaal uitschrijft heeft te maken met twee dingen. Ten eerste is er de maatschappelijke opinie. De politie speelt namelijk in op de punten waar de maatschappij om meer handhaving vraagt. Maar ten tweede is er ook meer capaciteit. Hoewel de politie momenteel te kampen heeft met een historisch lage capaciteit wat betreft haar personeel, wordt er ondertussen wel geïnvesteerd in de diepte. Steeds meer agenten zijn opgeleid om een geluidsmeting uit te voeren. Daardoor gaat zo’n systeem – waar er in het land in ieder geval elf (à 15.000 euro per stuk) van zijn – ook vaker mee in een dienstwagen.

Echter is er nog altijd opdracht van een burgermeester nodig om op een specifieke dijk – of in een ander gebied – waar veel geluidsoverlast wordt ervaren vaker te controleren. Een ketengerichte aanpak noemt de politie dit. Dat is nodig omdat de politie hun capaciteit met name op basis van veiligheid indeelt. En gezien die toch al lage capaciteit, is geluid daardoor vaak het ondergeschoven kindje. Maar met zo’n specifieke opdracht op zak zal de politie altijd haar best doen om meer te controleren.

Overlast stamt uit emotie

Arjan Everink, hoofd verkeer en opleidingen van de KNMV: “Dat dit soort handhaving vaker gedaan wordt, kunnen wij enkel aanmoedigen. Jammer genoeg zal meer van dit soort handhaving waarschijnlijk geen zoden aan de dijk zetten als het gaat om geluidsoverlast. Hoewel het natuurlijk goed is om de excessen binnen onze gemeenschap erop te wijzen dat hun gedrag of de technische staat van hun voertuig te wensen over laat, is dat over het algemeen namelijk niet waar de overlast uit ontstaat. Het overgrote deel van de klachten die wij door de jaren heen hebben gehoord, stamt namelijk niet uit de individuele motoren, maar juist uit de groepen. De overlast stamt dan ook vaak uit emotie, en vanuit emotie kun je niet haven. Wel vanuit feiten.”

Men moet begrijpen dat een motorfiets een compleet ander voertuig is dan een auto. Vanuit een technisch perspectief is de doelstelling om gelijke geluidsnormen voor beide voertuiggroepen in te stellen daarom simpelweg niet reëel. Daarnaast is de hele cultuur rond de motorfiets anders. Want hoewel een motorfiets over het algemeen een eenpersoonsvoertuig is, rijd je toch het liefst samen. Samen met vrienden, kennissen, je club of met een willekeurige andere motorrijder die toevallig dezelfde weg kiest als jij.

Everink: “Motorrijders zoeken elkaar op. En als het om overlast gaat, gaat het in feite niet om één motorfiets maar om een groep die samen teveel lawaai maken volgens het oor. Een groep die vaak samengesteld is uit motoren die individueel gewoon netjes voldoen aan de regels. Daar valt binnen de huidige wetgeving niets tegen te doen. Je kunt mensen namelijk niet verbieden om gezamenlijk op weg te gaan. Wij vinden dan ook dat het rijden in groepsverband moet kunnen.”